Kunnen we onszelf en het land gezond eten? Niet door er enkel over te praten en te schrijven, maar door te doen en te testen! Voelen we niet meer voor dingen die we zelf doen en leren we niet het best uit de fouten die we daarbij maken? Om te kunnen overleven moeten we (terug) de taal van het landschap leren begrijpen en praten!

Een gezonde bodem is vooral een bodem vol leven! En dat leven heeft een “huis” nodig dat niet telkens opnieuw afgebroken en weer opgebouwd moet worden. De bodem keren en diep bewerken moeten we dus mijden. Maar om de erfenis van het verleden sneller recht te kunnen zetten en ons te wapenen tegen klimaatverandering en erosie, gaan we nog één keer de grond in. Op sommige plaatsen breken we geompakteerde aarde en ploegzool open. Swales op hoogtelijnen houden water tegen, houden het water op het land, voorkomen erosie en creëren een nieuw biotoop of kweekplek. Regenwaterbekkens houden regenwater bij voor herbruik.

Bomen hebben tijd nodig, maar zorgen daardoor ook voor plekken van rust. Ze zijn koolstoffabrieken die schone lucht uitstoten! En ze brengen een enorme diversiteit aan leven mee, van vogels, insecten tot nematoden en schimmelnetwerken. Aan de noordoostkant wordt een hoge houtkant ontwikkeld die als hakhout beheerd zal worden en de vrieswinden tegenhout. Tussen de velden worden smulheggen voorzien. Mens en dier kunnen ervan smullen, maar ze breken ook de wind en vangen de energie van de zon. De noordhelling krijgt een bosje met eetbare inheemse boomsoorten. Aan de westkant komt een “koolstofheg” die een buffer is naar de pesticiden en chemicaliën van de buurakker. Deze heg bestaat uit pionierbomen. Ze groeien snel en leveren ons een jaarlijkse portie houtsnippers voor op het veld.

Locatie: Steyneveld Diest

 
Volgende
Volgende

Park aan de Stroom, een nieuwe woonbuurt op de Bekaertsite, Hemiksem